Karateclub Bushido Moerzeke

Member of SKI-BF

 Over Karate

Geschiedenis    |    Karatetermen    |    20 Voorschriften

Geschiedenis

Gichin Funakoshi
Gichin Funakoshi werd geboren in Shuri, een dorp in Okinawa, een eiland bij Japan, in het jaar 1868. Toen hij nog erg jong was, werd hij al getraind door twee beroemde meesters uit die tijd. Elk van de twee leidde hem op in een andere vechtkunst uit Okinawa. Van de eerste, Yatasune Azato, leerde hij Shuri-te, dat Shuri-vuist betekent. Yatsune Itosu, de tweede, trainde hem in Naha-te, Naha-vuist. Na lange tijd zou het de menging van deze twee kunsten zijn, die Funakoshi tot karate smeedde.

Gichin Funakoshi, in de Japanse traditie Funakoshi-sensei (meester Funakoshi) geheten, was de man die later, in 1917, het karate in Japan zou introduceren. In dat jaar werd hij gevraagd om zijn nieuwe gevechtskunsten ten toon te spreiden op een grote organisatie van het Ministerie van Opvoeding. Het was een lichamelijke uitputtingsslag. In 1922 werd een ander evenement gehouden, en men was nog steeds zo enthousiast over sensei Funakoshi, dat men hem opnieuw vroeg om de karate te demonstreren. Er kwam nog een derde demonstratie, maar deze was wel zeer speciaal omdat Funakoshi-sensei het voorrecht kreeg om zijn kunst te demonstreren in privé, voor de keizer en de keizerlijke familie. Deze was stomverbaasd over de combinatie van eenvoud, enorme effectiviteit en schoonheid, dat hij sensei Funakoshi bijna smeekte om in Japan te blijven, daar hij nog in Okinawa woonde. Na veel overpeinzen stemde deze toe. Hij kreeg een royale vergoeding, een huis, personeel en zo meer, maar weigerde dit alles. Hij wilde alleen een hut, een grote zaal en een tempel vlakbij. Daar onderwees hij anderen het Karate, en reisde vaak door Japan om zijn kunst te promoten.

Geografische geschiedenis
Dit gedeelte behandelt de geografische geschiedenis van het karate, en dan in het bijzonder het Shotokan karate, de oorspronkelijke, traditionele stijl. Even beknopt: het begint allemaal in China, en over Okinawa dringt het door tot Japan, waar het zijn uiteindelijke vorm kreeg en vanwaar het zijn naambekendheid kreeg. Om echter niet op de zaken vooruit te lopen beginnen we best bij China.

China
Het grote probleem met geschiedenis uit die tijd is dat er geen geschreven bronnen over bestaan. Voor dit deel van de karategeschiedenis moeten we dus afgaan op wat er via legendes en mondelinge overlevering door is gedrongen. De eerste belangrijke figuur is een Indische boeddhistische monnik, waarvan de naam niet zeker is. De ene legende spreekt over Daruma, terwijl anderen dan weer de naam Bodhidharma vernoemen, de laatste naam zal verder in dit werk worden gebruikt daar het in shotokan zo goed als vast staat dat hij zo heette. Hoe dan ook, zo’n 1400 jaar geleden verliet hij zijn moederland Indië om het boeddhisme te verkondigen. Een van de plaatsen waar hij heenging was China. Daar baande hij zichzelf een weg naar de belangrijkste Shaolin Tempel (een exacte locatie was niet vast te stellen) om er te gaan lesgeven. De monniken die daar leefden waren de best getrainde mannen van China, en hij wilde hen helpen met het verder ontwikkelen van hun vechtkunsten. Wanneer hij begon les te geven, stak één probleem de kop op. De monniken verloren het bewustzijn omwille van de ongelooflijke krachtvereiste en intensiteit van zijn trainingmethodes.

Er moest dus een andere manier zijn om de monniken in (nog) betere vorm te krijgen, en Bodhidharma besloot hen een nieuwe manier van conditietraining te laten zien dan de standaardmethodes zoals lopen, heffen enz… De oefeningen die hij hun liet zien, zijn te vinden in de Ekkin Sutra, een boeddhistisch werk met allerlei trainingsmethodes. Toen de monniken eenmaal deze oefeningen hadden getraind en volledig geperfectioneerd hadden, kregen ze de reputatie die nu nog geldt: zij zijn in staat dingen te doen waar een normaal mens nog niet aan zou denken, en dat allemaal door de oefeningen van Bodhidharma. Die oefeningen zouden later bekend worden als Shorin-ji Kempo en de eerste voorouders van karate worden. Weer is er geen geschreven bron over wat wanneer gebeurde, maar er wordt algemeen aangenomen dat door de vele promotiedemonstraties de martiale kunsten hun weg vonden doorheen heel China. En toen de Chinezen eindelijk contact maakten met vreemde culturen, droegen zij hun kunsten over aan deze mensen. Een van die culturen, waren de Okinawanen.


Okinawa
Toen de Chinezen contact maakten met Okinawa (een vrij groot eiland onder Japan, hoort staatkundig bij Japan, maar lijkt zich in vele opzichten van het Japanse eiland te onderscheiden), begonnen ook daar de gevechtssporten succes te kennen. Men gelooft dat bij de handel die Okinawa intensief dreef met het vasteland, ook de gevechtskunsten binnensijpelden en groeiden. Ze waren er zo populair dat elk kind twee dingen leerde: handel drijven en gevechtssporten. Vijfhonderd jaar later, in 1470 waren de gevechtskunsten van Okinawa zelfs zo bekend en berucht dat de mensen die er woonden geen wapens meer mochten dragen. Nog tweehonderd jaar later (1609) werd Okinawa door Japan aangevallen en veroverd, en stuurden de Japanners een legerafdeling naar Okinawa om daar alle nog aanwezige wapens in beslag te nemen. Bij de verovering van hun eiland had de bevolking geen gebruik gemaakt van hun kunsten, daar zij vredelievend waren en alleen in nood vochten. De binnenlevering van de wapens vonden ze dan ook geen probleem.

De meesters van Okinawa waren echter vrij inventief en ontworpen een nieuwe martiale kunst, waarbij geen enkel wapen van toepassing was, en ze verspreidden die nieuwe technieken over heel het eiland. Om de Japanners te laten zien dat zij nog steeds met gevechtskunsten bezig waren, noemden ze het overduidelijk Okinawa-te, hetgeen betekent: de Vuist van Okinawa. De Japanners wilden niet nog meer problemen krijgen en Okinawa-Te werd algemeen aanvaard als zelfverdediging. Er wordt ook verteld dat, ongeveer tweehonderd jaar geleden, een man uit Akata in Okinawa, genaamd Sakugawa, naar China reisde. Toen hij terugkwam naar Okinawa was hij meester in de "Chinese Hand". Een andere naam die in een legende opduikt, is die van de Chinees Ku Shanku die honderdvijftig jaar geleden naar Okinawa kwam om daar met enkele van zijn discipelen te gaan onderrichten in de ondertussen in China overal bekende gevechtssporten. Andere Okinawanen werden onderwezen door Chinees legerpersoneel. Twee mannen, genaamd Matsumura en Gusukuma, werden naar het schijnt door een Zuiderse Chinees onderwezen, die aan de kust was aangespoeld, hoe of waarom is niet bekend. Deze twee, Matsumura en Gusukuma, waren de sensei’s van de meester Azato en Itosu, die Gichin Funakoshi zouden opleiden.

Gichin Funakoshi was een geëerd schoolmeester en dichter. Hij studeerde eerst onder Azato en Itosu in 1879. Van Azato leerde hij Shuri-Te (Shuri-vuist). De kunst die hij van Itosu leerde was Naha-Te (Naha-Vuist). In 1902 gaf hij de eerste formele privé-demonstratie van karate in de geschiedenis. Een jaar later introduceerde hij karate in het staatsschoolsysteem in de Heren Normaalschool en de Daiichi Middelbare School. In 1906 gaf hij in Okinawa de eerste openbare karatedemonstratie en zes jaar later, in 1912, werd karate opgenomen in de opleiding van de Keizerlijke Zeemacht. In 1914 gaf Funakoshi-sensei demonstraties en les in heel Okinawa en in 1917 was het karate klaar om Japan binnen te dringen.

Japan
Funakoshi had dus al heel wat moeite gestoken in het promoten van zijn kunst in zijn moederland, Okinawa. Uiteindelijk werd zijn naam ook in Japan bekend. Zoals eerder gezegd werd hij verscheidene keren gevraagd om demonstraties te geven en uiteindelijk vroeg de keizer hem om in Japan te blijven. Later, in 1923, werd Funakoshi benaderd door Jigaro Kano, de stichter van het Judo. Hij verleende hem een tijdlang onderdak in ruil voor het aanleren van een paar basistechnieken, vooral worpen en klemmingen die later in het Judo uitgewerkt en geperfectioneerd werden.

Na een tijd wilde Funakoshi-sensei terugkeren naar zijn thuisbasis om zich daar weer te wijden aan het verder ontwikkelen van zijn kunst. Toen hij bekend maakte dat hij ging vertrekken, kreeg hij bezoek van de schilder Hoan Kosugi. Omdat Kosugi en de andere leden van zijn kunstgroep wel rijk waren, maar zich niet konden verdedigen, vroegen zij om lessen. Dus de goedhartige en edele Funakoshi stelde zijn terugkeer uit en begon met georganiseerde training van de Tabata Poplar Club. Terwijl hij daar les gaf (wat nog niet zo makkelijk was omdat de kunstenaars aanvankelijk weigerden elkaar aan te vallen), kwam hij tot het ontdekking dat dit zijn roeping was. Hij besloot dan ook dat hij de rest van zijn leven in Japan zou blijven lesgeven. Hij zou zijn jonge martiale kunst naambekendheid geven en ze aanleren aan wie het maar wilde.

In Japan schreef Funakoshi het eerste boek ooit over Karate "Ryokyu Kempo: Karate". Het boek werd ontworpen en ingetekend door Hoan Kosugi, de eerder genoemde schilder. Van hem zegt men ook dat hij het symbool van Shotokan, de tijger, heeft ontworpen. Vier jaar later werd het boek opnieuw uitgebracht onder de titel "Renten Goshin Karate-jitsu". In 1935 werd het eerste boek geschreven dat over Karate puur als technieksport ging, genaamd "Karate-do Kyohan", vrij te vertalen als "De Manier van de Lege Hand: Leerschool".

Funakoshi bleek onvermoeibaar, want er ging op de nacht na geen uur voorbij dat hij niet aan Karate besteedde. Weer werd hij gevraagd om voor de koninklijke familie op te treden. Funakoshi-sensei beschouwde dit feit alleen al als een ongelooflijke eer, maar het werd nog beter toen hij hoorde dat hij de demonstratie binnen de muren van het keizerlijke paleis mocht geven!

De populariteit van karate bleef maar groeien, zowel in Okinawa als in Japan, waar karate clubs overal als paddestoelen uit de grond schoten. Vooral op hogescholen en universiteiten waren ze talrijk. De hele tijd hield Funakoshi-sensei een kleine dojo bij de Meisei Juku. Echter, het verval dat de loop van de tijd met zich meebracht en de zware aardbeving in 1923 creëerden de nood aan een nieuwe trainingsplaats. Hiromichi Nakayama bood hem de kans om zijn lessen voort te zetten in zijn kendo-dojo. Een tijdje later viel Funakoshi nog een andere en grotere eer te beurt. In heel Japan, in Okinawa en zelfs in China sloegen karate-liefhebbers de handen financieel in elkaar en betaalden de bouw van een nieuwe dojo, opgedragen aan de karate-lessen van Funakoshi. In 1936 werd de Shotokan geboren. Ondertussen hadden zich al andere stijlen ontwikkeld, die ook meer en meer succes begonnen te kennen.

In 1957, op 88-jarige leeftijd, stierf Gichin Funakoshi. Hij had niet alleen het Shotokan karate gemaakt, hij had het ook nog aan velen geleerd en had er boeken over geschreven. Zijn handwerken over zijn kunst zijn een passende nalatenschap voor een edele man. Men bouwde voor hem een gedenkmonument in de Enkaku-ji tempel in Kamakura in 1968. De tekens rechts zijn van de meester, die links zijn gemaakt door Asahina Sogen, de hoofdpriester van de tempel en betekenen: "Karate ni sente nashi", "er is geen eerste aanval in Karate".

Terug naar boven 

Karatetermen

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | M | N | O | R | S | T | U | W | Y | Z | Tellen
 

A

AGE: opwaarts
AGE UKE: opwaartse blok
AGE TSUKI: opwaartse stoot
AIUCHI: tegenstanders scoren tegelijkertijd
AKA: rood
AKA (SHIRO) IPPON: rood (wit) scoort een ippon
AKA (SHIRO) NO KACHI: rood (wit) heeft gewonnen
ASHI BARAI: voetveeg
ASHI WAZA: voetveegtechniek
ATE WAZA: werptechniek
ATEMI WAZA: aanval techniek
ATENAI YONI: waarschuwing zonder straf
ATO SHI BARAKU: nog 30 seconden te gaan
ATTATE IRU: contact
AWASE UKE: een blok met twee handen
AWASE ZUKI: "U" stoot, ook wel genoemd Morote Zuki
AYUMI DACHI: stand zoals je een stap zet tijdens het lopen

Terug naar alfabet

B

BASSAI DAI: kata, binnendringen van het fort
BASSAI SHO: kata, de mindere van DAI
BO: een lange stok (ongeveer 1,80 meter)
BUDO: krijgskunst
BUDOKA: beoefenaar van een krijgskunst
BUNKAI: studie in de technieken en toepassingen van de kata

Terug naar alfabet

C

CHINTE: kata, vreemde handen
CHOKU TSUKI: rechte vuiststoot
CHUDAN: middengedeelte van het lichaam
CHUDAN TSUKI: een stoot naar het midden gedeelte van het lichaam
CHUI: waarschuwing

Terug naar alfabet 

D

DE AI: instappen
DO: weg / pad
DOJO: letterlijk plaats van de weg, de zaal waarin je karate beoefent
DOJO KUN: regels in oefenzaal
DOMO ARIGATO GOZAIMASHITA: dank u wel

Terug naar alfabet

E

EMBU: beginpunt kata uitvoering
EMBU JO: wedstrijdveld voor kata
EMBUSEN: grondpatroon van een kata
EMPI: elleboogstoot, ook wel hiji genoemd
EMPI UCHI: een slag/stoot met de elleboog, ook wel hiji-ate genoemd
ENCHO-SEN: verlenging (van een wedstrijd)
ENPI: kata, Zwaluwvlucht

Terug naar alfabet

F

FUDO DACHI: een onbewegelijke stand, heet ook wel sochin dachi
FUJU BUN: onvoldoende kracht
FUKUSHIN: hulp scheidsrechter
FUKUSHIN SHUGO: scheidsrechter overleg
FUMI GERI: slaande trap
FUMI KOMI: stamp trap

Terug naar alfabet

G

GANKAKU: kata, kraanvogel
GANKAKU DACHI: kraanvogel stand
GASSHUKU: een speciaal trainingskamp
GEDAN: het lage deel van het lichaam 
GEDAN BARAI: lage afweer
GEDAN KAKE UKE: lage blok met de voorarm
GEDAN TSUKI: een stoot tegen het lage gedeelte van het lichaam
GERI: trap
GERI WAZA: traptechniek
GICHIN FUNAKOSHI: grondlegger van het Shotokan karate
GIN GERI: kruistrap
GO: vijf
GO NO SEN: een tactiek waarbij je eerst de tegenstander laat aanvallen en waarna je direct een tegenaanval maakt
GOHON KUMITE: vijf stappen basis sparren
GOJU SHIHO DAI: kata, de meerdere 54 richtingen
GOJU SHIHO SHO: kata, de mindere 54 richtingen
GYAKU ZUKI: tegengestelde vuiststoot

Terug naar alfabet

H

HACHI: acht
HACHIJI DACHI: beginstand met de voeten op schouderafstand
HAI: ja, ik heb het begrepen
HAISHU UCHI: een slag met de rug van je hand
HAISHU UKE: een blok met de rug van je hand
HAITO UCHI: een slag met de duimkant van je hand
HAIWAN UKE: afweer met achterarm
HAJIME: begin / start
HAMNI: afgewende houding
HAMNI DACHI: afgewende houding stand
HANGETSU: kata, halve maan
HANGETSU DACHI: "halve maan" stand
HANSHI: een titel van de hoogste rang van een karatestijl
HANSOKU: straf voor gemene / oneerlijke overtreding, sanbon tegen
HANSOKU CHUI: waarschuwing, ippon tegen
HANTEI: het oordeel van de scheidsrechters
HANTEI KACHI: winnaar door de beslissing van de scheidsrechters
HARA: buik
HARAI TE: veegtechniek met de arm
HARAI WAZA: armveegtechnieken
HASAMI TSUKI: schaarstoot
HEIAN 1-5: vijf fundamentale kata’s, vredig
HEIKO TSUKI: een dubbele gelijktijdige stoot
HEISOKU DACHI: stand met voeten tegenelkaar
HENTE: opvolgtechniek met dezelfde hand
HIDARI: links
HIKI ASHI: terugtrekkend trapbeen
HIKI TE: terugtrekkende stoothand
HIKIWAKE: gelijktijdige score
HIRAKEN: kneukels vuiststoot
HIZA GERI: kniestoot
HIZA UKE: afweer met de knie
HONBU DOJO: hoofd oefenruimte

Terug naar alfabet

I

ICH: een
IPPON: een punt
IPPON KEN: handkneukel
IPPON KUMITE: één stap basis sparren
IPPON NUKITE: een vinger speerhand

Terug naar alfabet

J

JI’IN: kata, tempelgronden
JIKAN: tijd
JION: kata, eigennaam, Jion tempel
JITTE: kata, tien handen
JIYU KUMITE: vrij gevecht met partner
JIYU UKE: gekruiste afweer
JODAN: hoge zone
JODAN TSUKI: vuiststoot op het gezicht
JOGAI: straf voor verlaten wedstrijdvloer
JU: tien
JUTSU: kunst

Terug naar alfabet

K

KAGI TSUKI: hoekstoot
KAKATO GERI: stamp met de hiel
KAKIWAKE UKE: wigafweer
KAMAE: gevechthouding
KAE ASHI: gehele stap verplaatsing
KANKU DAI: kata, kijken naar de lucht
KANKU SHO: kata, de mindere van DAI
KANSA: arbiter
KANSETSU GERI: stamp naar het kniegewricht
KARATE: lege hand
KARATE GI: karatekleding
KARATEKA: karatebeoefenaar
KATA: vastgestelde vorm, stijloefening
KEAGE: slaand
KEIKOKU: straf, lichte overtreding met waza ari tegen
KEITO: duimkant
KEITO UKE: afweer met duimkant
KEKOMI: stotend
KEN: vuist
KIAI: schreeuw, energie ontlading
KIBA DACHI: zijwaartse stand
KIHON: basistechnieken training
KIKEN: opgave tijdens wedstrijd
KI: energie
KIME: bundeling van energie
KIZAMI GERI: voorste been trap, reikend
KIZAMI TSUKI: voorste handstoot, reikend
KOKEN: slag met het handgewricht
KOKEN UKE: afweer met het handgewricht
KOKUTSU DACHI: achterwaartse stand
KOSA DACHI: kruisstand
KOSHI: bal van de voet
KU: negen
KUMADE: berenklauw
KUMITE: gevechtsoefeningen met partner
KYU: lage band / graad
KYUSHO: vitale punten training

Terug naar alfabet

M

MA AI: gevechtsafstand
MAE GERI: voorwaartse trap met bal voet
MAE REN GERI: voorwaartse dubbele trap
MAE TOBI GERI: voorwaartse springende stamp
MAKE: verliezer
MAKIWARA: met stro omwikkelde stootpaal
MAWA TE: wenden
MAWASHI: cirkelvormig
MAWASHI GERI: cirkelvormige trap
MAWASHI TSUKI: cirkelvormige vuiststoot
MAWASHI UKE: cirkelvormige afweer
MEIKYO: kata, geslepen spiegel
MIENAI: niets gezien
MIGI: rechts
MIKATSUKI GERI: cirkelvormige aanval met voetzool
MIKATSUKI GERI UKE: cirkelvormige afweer met voetzool
MOKUSO: ogen sluiten voor meditatie
MOROTE TSUKI: dubbele vuiststoot
MOROTE UKE: dubbele (versterkte) afweer
MUBOBI: straf, onsportief gedrag
MUSUBI DACHI: V - stand

Terug naar alfabet

N

NAGASHI UKE: wegvagende handpalm afweer
NAKADAKA KEN: middelvinger vuistkneukel
NAMI ASHI: hoge veegtechniek met binnenzijde voet
NEKO ASHI DACHI: kleine katstand
NI: twee
NIDAN: tweede
NIHON TSUKI: dubbele vuiststoot
NIHON NUKITE: twee vingers speerhand
NIJUSHIHO: kata, 24 richtingen
NUKI TE: speerhand

Terug naar alfabet

O

OBI: karate band
OESH: groet
OI TSUKI: vorderend stoten
OSAE UKE: neerdrukkende afweer
OTAGAI NI REI: iedereen groeten
OTOSHI EMPI: neerwaartse elleboog stoot
OTOSHI UKE: neerwaartse afweer, pinkkant

Terug naar alfabet

R

RANDORI: vrij dojo gevecht
REI: groeten
RENOJI DACHI: L - stand
RENZOKU: combinaties
RENZOKU GERI: trapcombinaties
RENZOKU WAZA: combinatietechniek
RITSU REI: staand groeten
ROKU: zes
RYU: school

Terug naar alfabet

S

SAGARU: wenden
SAN: drie
SANCHIN DACHI: zandloper stand
SANDAN: derde
SANBON: drie maal
SANBON KUMITE: drie stappen basis sparren
SANBON TSUKI: drie dubbele vuiststoot
SANBON REN TSUKI: drie stappen vuiststoot
SOCHIN: kata, onbewegelijk, vastgeworteld
SOCHIN DACHI: onbewegelijke stand
SEI KEN: vuistknokkels
SEIKEN CHOKU TSUKI: rechte stoot met vuistknokkels
SEIZA: knielen voor meditatie
SEMPAI: oudere
SEMPAI NI REI: groeten aan de oudere
SENSEI: leraar
SENSEI NI REI: groeten aan de leraar
SHI: vier
SHIAJO: kumite wedstrijdveld
SHIHAN: meester
SHIHAN NI REI: groeten aan de meester
SHIKKAKU: diskwalificatie, onsportief gedrag
SHIKO DACHI: sumo stand
SHIN: geestelijke kracht
SHIRO: wit
SHIRO NO KACHI: wit heeft gewonnen
SHISHI: zeven
SHIZEN TAI: natuurlijke stand
SHOBU (ippon/sanbon) KUMITE: 1 of drie puntsgevecht
SHOMEN: frontale houding
SHOMEN: 1e meester (Funakoshi)
SHOMEN NI REI: groeten aan de 1e meester
SHOTEI UCHI: slag met handpalm
SHOTEI UKE: afwering met handpalm
SHUGO: verzoek tot scheidsrechter bespreking
SHUSHIN: scheidsrechter
SHUTO: handkant (pink)
SHUTO UCHI: slag met handkant
SHUTO UKE: afweer met handkant
SOKUTO: zijkant van de voet
SOTO UDE UKE: afweer binnenkant voorarm
SUKUI UKE: onderscheppende afweer

Terug naar alfabet

T

TAIKYOKU 1 – 3: drie voorbereidende kata’s
TAI SABAKI: lichaamsverplaatsing
TAMESHI WARA: breektest
TAMESHI WAZA: breektechnieken
TANDEN: middenpunt buik, navel
TATSHU: opstaan na meditatie
TATE: recht
TATE UKE: afweer met rechte handkant
TATE TSUKI: rechte korte stoot
TE: hand
TEISHO: stoot met palmhiel van de hand
TEISHO UKE: afweer met palmhiel
TEISHO UCHI: slag met palmhiel
TEKKI 1 – 3: drie vervolg kata’s
TETTSUI: hamervuist
TETTSUI UCHI: hamervuistslag
TOK: kruisbescherming
TOKUI: favoriet
TOKUI KATA: favoriete kata
TOKUI WAZA: favoriete techniek
TORI: de aanvaller
TORIMASEN: Techniek te zwak
TSUGI ASHI: halve stap verplaatsing
TSUKITE HAJIME: wedstrijd hervatten
TSUKI: vuiststoot
TSURI ASHI: kruisstap verplaatsing
TSURI ASHI DACHI: kruisstap stand (ooievaarsstand)

Terug naar alfabet

U

UCHI: slag
UCHI MAWASHI GERI: cirkelvormige trap naar binnen
UCHI WAZA: slagtechnieken
UCHI UDE UKE: afweer met buitenzijde voorarm
UDE: voorarm
UKE: de verdediger
UKE: afweer
UKE WAZA: afweertechniek
UNSU: handen in de wolken
URA: tegenovergesteld
URAKEN UCHI: slag met handrug
URA MAWASHI GERI: tegenovergestelde cirkelvormige trap
URA TSUKI: tegenovergestelde korte vuiststoot
USHIRO GERI: achterwaartst hieltrap

Terug naar alfabet

W

WAN: arm
WANKAN: kata,eigennaam, oude Tomari kata
WASHIDE: adelaarshand
WAZA: techniek
WAZA ARI: score, een half punt
WAZA ARI – AWASETE IPPON: punt door twee maal waza ari

Terug naar boven

Y

YAKUSOKU KUMITE: gevechtsoefening volgens afspraak
YAME: stoppen
YAME TSUKI: grote U - stoot
YASUME: rust ter plaatse
YOI: klaar / gereed staan
YOKO: zijwaarts gericht
YOKO EMPI: zijwaarts gerichte elleboogstoot
YOKO GERI: zijwaarts gerichte trap
YOKO TSUKI: zijwaarts gerichte vuiststoot
YOKO TOBI GERI: gesprongen zijwaarts gerichte trap
YORI ASHI: korte stap verplaatsing

Terug naar alfabet

Z

ZANSHIN: doelgerichte concentratie
ZAZEN: geknielt mediteren
ZENKUTSU DACHI: voorwaartse stand

Terug naar alfabet

Tellen

Ichi 1
Ni 2
San 3
Shi(yon) 4
Go 5
Roku 6
Shichi 7
Hachi 8
Ku 9
Ju 10

Terug naar alfabet

20 Voorschriften

Hieronder enkele bekende uitspraken van Gichin Funakoshi. Het schijnt dat de vertaling ervan tekort doet aan de daadwerkelijke inhoud. Maar voor de liefhebbers toch een Nederlandse ondertiteling.


Karate do wa rei ni hajimari, rei ni owaru koto no wasuruna
'Karate begint en eindigt met hoffelijkheid.'

Karate ni sente nashi
'Er bestaat geen eerste aanval in het karate.'


Karate wa gi no tasuke
'Karate is van groot belang voor (het handhaven van) rechtvaardigheid.'

Mazu jiko wo shire, shikoshite tao wo shire
'Ken eerst jezelf, dan de ander.'

Gijutsu yori shinjutsu
'Eerst de geest, dan de techniek.'

Kokoro wa hanatan koto wo yosu
'Wees altijd voorbereid om je gedachten los te laten.'

Wazawai wa getai ni shozu
'Ongeluk (ongevallen) komt altijd door luiheid (nalatigheid).'

Dojo nomino karate to omou na
'Denk niet dat karatetraining alleen in de dojo plaatsvindt.'

Karate no shugyo wa issho de aru
'Je hebt je hele leven nodig om karate te leren; er is geen einde.'

Arai-yuro mono wp karate-ka seyo, soko ni myo-mi ari
'Stop iedere dag van je leven in karate en je vindt myo.'

Karate ea yu no goto shi taezu natsudo wo atezareba mopto no mizu ni kaeru
'Karate is als heet water. Als het niet constant wordt verhit, zal het weer koud water worden.'

Katsu kangae wa motsu na makenu kangaer wa hisuyo
'Denk niet dat je moet winnen, denk liever dat je niet moet verliezen.'

Tekki ni yotte tenka seyo
'De overwinning hangt af van je vermogen om kwetsbare punten te onderscheiden van onkwetsbare.'

Taatakai we kyo-jitsu no soju iken na eri
'De strijd hangt af van hoe je beschermd en onbeschermd beweegt (beweeg afhankelijk van je tegenstander).'

Hito no te ashi wo ken to omoe
'Beschouw handen en voeten als zwaarden.'

Danshi mon wo izureba hyakuman no tekki ari
'Als je van huis vertrekt denk dan dat er vele vijanden op je wachten. Het is uw houding welke moeilijkheden uitdaagt.'

Kamae wa shoshinsha ni ato wa shizentai
'Beginners moeten zich bekwamen in lage standen, een natuurlijke lichaamshouding is voor gevorderden.'

Kata wa tadashiku jissen wa betsu mono
'Een kata beoefenen is één ding, een echt gevecht aangaan is een ander.'

Chikara no kyojaku, karada no shinshuku, waza no kankyu wa wasuruna
'Onthoud altijd 1) sterkte en zwakte in kracht 2) strekken en samentrekken van het lichaam en 3) traagheid en snelheid in technieken. (Pas dit op correcte wijze toe).'

Tsune ni shinen kufy seyo
'Denk altijd aan, en zoek de wegen om naar, de twintig voorschriften te leven.'



Bron: Geschiedenis en ontwikkeling van het Shotokan karate, Randall G. Hassel.

invisible hit counter

 Terug naar boven

Welkom

Agenda

Monday, Nov 23 at 7:00 pm
Friday, Nov 27 at 7:30 pm
Monday, Nov 30 at 7:00 pm
Friday, Dec 4 at 7:30 pm